Op zondag 26 april sprak Michiel van Diggelen in de hervormde kerk van Hoog-Keppel. Arnold woonde de eerste twintig jaar van zijn leven in de pastorie in Laag-Keppel en keerde daar in 1941 terug. In de lezing vertelde Michiel over Arnolds spannende leven met speciale aandacht voor de eerste twintig jaar daarvan die hij in Laag-Keppel in de pastorie doorbracht. Hij groeide op als zoon van een predikant. Zijn ouders scheidden in 1917 toen Arnold 11 jaar oud was. De idylle was daarna verstoord. Arnold was twintig jaar een stuk drijfhout.
De familie Douwes had vele contacten in het dorp, onder meer met de barones op het kasteel en met de familie Knake, die woonde in het tuinmanshuis van de Ulenpas. Na zijn terugkeer naar Keppel in 1941 pleegde Arnold zijn eerste verzetsdaden, waarvoor hij werd opgesloten in de gevangenis in Arnhem. In het late voorjaar van 1942 vertrok hij als zesentwintigjarige naar het Drentse Nieuwlande waar hij door Johannes Post werd ingeschakeld in zijn netwerk. Hij breidde het netwerk van Johannes Post uit met zijn eigen contacten over het hele land.
De aanwezigen stelden na afloop veel vragen, onder meer of hij dienstweigeraar was geweest, hetgeen niet het geval is. Een bezoeker merkte op dat Arnold op een of andere manier – ondanks zijn recalcitrante houding – toch serieus werd genomen, door opvoeders, werkgevers en leraren. Misschien herkenden zij in hem de weerbare rebel, wat heel iets anders is dan een eigengereide kwibus. Ook werden er vragen gesteld naar aanleiding van het zionistische wereldbeeld dat Arnold in Israël ontwikkelde, dat toch enigszins uit de toon valt in zijn leven.