Het thema weerbaarheid is in de Tweede Wereldoorlog aan de orde gesteld in een pamflet van de theoloog K.H. Miskotte onder de titel ‘Betere Weerstand’. Deze brochure werd in 1941 verspreid door de Lunterse Kring, een af en toe bij elkaar komende groep mensen die nadacht over de mogelijkheden van verzet tegen de Duitsers. Miskotte beweert dat het uit moet zijn met het idee dat de maatregelen tegen de Joden uitwassen zijn. Volgens hem is het besef noodzakelijk dat het hier gaat om een ernstige uitholling van de christenheid, van Europa en van het menselijk geweten. Duitsland wil een totaalstaat vestigen en dat is vreemd aan de Nederlandse geschiedenis. De totaalstaat is een wangedrocht van een God-vergeten-denken. Alle menselijk gezag is niet totaal maar betrekkelijk, afgeleid en ondergeschikt. Tegen de totaalstaat is innerlijke weerstand nodig, een weerstand die niet berust op wapens of geweld maar op een ‘helder oordeel van de geest’. Die weerstand wordt door de theoloog Miskotte gezocht in het geloof, maar kan natuurlijk ook gebaseerd zijn op humanistische waarden van vrijheid, rechtvaardigheid en gerechtigheid. Weerbaarheid kan ook breder gezien worden als het vermogen om te overleven in vele natuurlijke en maatschappelijke situaties.